1. Togenda
  2. Blog
  3. Co-ouderschap
Bij mamaBij papa

Co-ouderschap plannen: zo houd je overzicht over twee huizen

Bij co-ouderschap gaat plannen over meer dan afspraken. Het gaat ook over waar de kinderen slapen, wie ze naar school brengt op de wisseldag, en in welk huis de gymtas ligt. Zo maak je daar één overzicht van.

Eerst: welk schema past bij jullie?

Er is geen schema dat voor elk gezin werkt. Het hangt af van de leeftijd van de kinderen, de afstand tussen de huizen en de werktijden van beide ouders. Dit zijn de schema's die het vaakst voorkomen, uitgedrukt in nachten per twee weken:

SchemaZo werkt hetPast vaak bij
Week om week (7-7) Een hele week bij de ene ouder, dan een hele week bij de andere. Oudere kinderen; ouders die dicht bij elkaar wonen. Weinig wissels, maar een week is lang voor jonge kinderen.
2-2-5-5 Vaste doordeweekse dagen bij elke ouder, het weekend om en om. Gezinnen die vaste dagen willen voor sport en clubjes. Gelijk verdeeld, wel meer wisselmomenten.
2-2-3 Twee dagen bij de één, twee bij de ander, drie bij de één — en de week erna omgekeerd. Jonge kinderen, die een ouder niet lang willen missen. Veel wissels.
5-9 of 4-10 Het grootste deel bij één ouder, een flink deel bij de ander. Als één ouder onregelmatig werkt of wat verder weg woont.
3-11 Om het weekend bij de ene ouder, de rest bij de andere. Grotere afstand tussen de huizen, of als dat het best bij het kind past.

Gaan jullie uit elkaar en hebben jullie samen het gezag, dan leggen jullie de verdeling van de zorg vast in een ouderschapsplan. Dat plan is het kader; de agenda is waar het elke week waar moet worden.

Vijf afspraken voor een rustige planning

1. Eén gedeelde agenda, geen berichtenwisseling

Wie alles via appjes regelt, moet bij elke vraag terugzoeken wat er ook alweer was afgesproken. Eén agenda die jullie allebei zien, voorkomt dat. Het haalt ook spanning uit het contact: je hoeft niet te vragen waar de kinderen zijn, je kunt het zien.

2. Spreek het wisselmoment precies af

Wisselt het op vrijdag, wie haalt dan uit school? En wie brengt maandag? Juist rond de wissel ontstaan de misverstanden. Zet het moment er concreet bij: „vrijdag na school naar papa, papa haalt op”.

3. Vakanties en feestdagen apart

Het gewone ritme loopt door, maar schoolvakanties, Kerst en verjaardagen gaan er vaak anders mee om. Leg die ruim van tevoren vast als losse afspraken, zodat het gewone schema blijft staan en de uitzonderingen zichtbaar zijn.

4. Spullen horen ook in de planning

De zwemtas die bij mama ligt terwijl de zwemles op een papa-dag valt: wie co-ouderschap kent, kent het. Zet het als taak bij de wissel — „gymtas mee naar papa” — met de naam van wie het doet.

5. Laat de kinderen het zien

Kinderen willen weten waar ze slapen, vooral als het schema wisselt. Een kind dat zelf in de agenda kan kijken, hoeft dat niet steeds te vragen, en hoeft niet de boodschapper tussen twee huizen te zijn.

Tip: houd de gedeelde agenda zakelijk. Afspraken, tijden, wie brengt en wie haalt op. Discussies over het schema horen in een gesprek, niet in de omschrijving van een afspraak.

Zo doe je het in Togenda

In Togenda stel je een slaapritme in met de vragen zoals je ze jezelf stelt: welk kind, vanaf wanneer bij jou, hoeveel dagen, en hoe het bij de ander heet. Week om week, 5-9, 4-10 en 3-11 zijn zo in een minuut ingesteld. Togenda zet het in de agenda als gewone afspraken, die je daarna per keer kunt aanpassen.

  • Beide ouders zien dezelfde agenda, ook als je niet onder één dak woont.
  • Bij elke afspraak staat wie brengt en wie ophaalt, dus ook op de wisseldag.
  • Kinderen hebben een eigen account en zien zelf waar ze die week slapen.
  • Een privéafspraak zie alleen jij — handig voor wat de ander niet aangaat.